| Aantekeningen |
- door DRSGC HOVINGH, Predikanten die Joden hielpen.
53. Drs. Hendrik Boswijk
(Geboren 9.7.1896 te Martenshoek, Gemeente Hoogezand, zoon van scheepsbouwer/ houthandelaar Fenmo Boswijk en Grietje Poelman-overleden 18.4.1982 te Putten).
Zijn oudere zuster Catrina Gesina Boswijk (1891-1979) was gehuwd met ds.Herman
Veldkamp (1895-1956), tijdens de oorlog gereformeerd predikant te Sneek (1931-
1945)(zie lemma 'Herman Veldkamp').
Studie theologie Vrije Universiteit te Amsterdam (8.9.1916); jaargenoten: ds. G.
Brillenburg Wurth (zie daar) en ds. J.J. Dijk (zie daar); lid NDDD (dispuut Demosthenes); kandidaat (21.6.1921); doctoraal (27.6.1941); gereformeerd predikant te
Gaast en Ferwoude (26.2.1922-9.8.1925), Uithoorn (30.8.1925-22.5.1932 wegens
emeritaat), geestelijk verzorger van de Stichting "Bloemendaal" te Loosduinen
(1932-1943), predikant te Elburg (14.11.1943, bevestigd door zijn zwager ds. Johan
Fredrik - Frits - Colenbrander [1877-1981], die was gehuwd met Hendriks halfzus
Jantina Catrina Boswijk [1885-1964] en tijdens de oorlog gereformeerd predikant
was te Vriezenveen-19.10.1947); gehuwd op 6.7.1922 te Sappemeer met Anje Elsjen Berg (geboren 19.2.1903 te Borgercompagnie, Sappemeer, dochter van landbouwer Willem Berg en Martje Medema-overleden 17.8.1947 te Elburg; begraven te Ermelo).
Gedurende de oorlogsjaren bood ds. Boswijk in zijn pastorie aan de Smedestraat 1 te
Elburg onderdak aan aan de Joodse onderduikers Wilhelmina (Willy) Meijers-De
Kadt (19.12.1905 Rotterdam, dochter van Roedolf de Kadt en Eva de Kadt13.8.2003 Lochem) en haar dochter Susanna (Suus) Meijer. Willy de Kadt was op 5.9.1929 te Wassenaar gehuwd met de vertegenwoordiger Arend Samuel Meijers
(geboren 27.7.1899 Middelburg, zoon van Jacob Samuel Meijers en Susanna Denekamp). Behalve een dochter had het echtpaar ook nog een zoontje: John Roedolf
Meijers (geboren 10.7.1938 Voorburg). Jeanette Henriëtte Meijers (1897-1965), zuster van Arend Samuel, was gehuwd met Jacques Benoit Bloemgarten (1896-1946),
broer van Henri Hendrik (Naftali) Bloemgarten (1893-1966), Chairman of the Board
of Royal Dutch Shell. Willy Meijers-de Kadt was een nicht van ir. George Stephan
de Kadt, die op 20 juli 1942 met zijn vrouw mr. Bertha Davida Polak en vier van
hun vijf kinderen suïcide pleegde in hun huis te Leeuwarden (zie ds. L. Cannegieter)
en een achternicht van Catharina Barones Six tot Oterleek-Kuijper (1886-1978; zie
ds. P.D. Kalkman) en van de links-radikale journalist en politicus Jacques de Kadt
(1897-1988).
Gezien de hierna volgende informatie lijkt het aannemelijk te veronderstellen dat het
gezin Meijers geruime tijd ondergedoken heeft gezeten in het 'Verborgen Dorp' of
'Pas-Opkamp' in de bossen bij Vierhouten. Dat 'dorp' bestond uit een aantal ondergrondse schuilhutten, waarin gedurende de oorlogsjaren honderden Joodse en andere
onderuikers, o.a. neergehaalde geallieerde vliegers, korte of langere tijd hebben verbleven. De organisatie van onderbrenging en verzorging was in handen van een zelfstandige verzetsgroep, die geleid werd door 'Opa' (2.10.1879 Dubbeldam-gefusilleerd 3.2.1945 op bouwplaats Kraaijenbrink aan de Aaltenscheweg te Wisch met 45
anderen), gepensioneerd hoofdconducteur van de NS, zijn vrouw, 'Tante Cor' (Cornelia Bakker-Van Rheenen; 1900-1989; ze woonden aan de Albertlaaan 7 te Nunspeet), postbode Theo Stevens en de broers Gerben Andries Lenstra (1917 Amsterdam-6.3.1945 KZ Neuengamme) en Andries Lenstra, beide studenten, met een kring
van jonge helpers. Lange tijd ging het goed tot het 'dorp' op 29.10.1944 bij toeval
werd ontdekt door twee SS'ers - een Duitser en een Nederlander - die op patrouille
waren. Ze hoorden hout hakken en vonden - volgens Ze'ev Bar (= Walter Bartfeld)
Arend Samuel Meijers en zijn zoontje John Roedolf. Ook Ze'ev Bar werd opgepakt,
maar mocht - nadat hij de SS'ers gad geadviseerd in een (leeg) onderduikhol te
schieten - er vandoor gaan. Gelukkig wisten 87 Joodse onderduikers en 15 geallieerde vliegers in het donker te ontkomen, maar 8 Joodse onderduikers werden gepakt en opgesloten in de kelder van 'De Paasheuvel', het voormalige kamphuis van
de Arbeiders Jeugd Centrale (AJC) aan 't Fusselt bij Vierhouten, dat toen als onderkomen diende voor de SS. Onder de gevangenen waren dus ook vader Arend Samuel
Meijers en zoon John Roedolf Meijers . Na twee verschrikkelijke nachten verscheen op 31.10.1944 's morgens vroeg een executiecommando om de gevangenen
dan maar terecht te stellen. Aan de voet van de Paasheuvel werden al twee gevangenen gefusilleerd. Twee anderen probeerden te ontsnappen, één werd 'auf der Flucht
erschossen', de ander, Arend Meijers, keerde vrijwillig terug omdat hij zijn zoontje
hoorde schreeuwen. Tenslotte moesten de Joodse onderduikers in het bos aan de
Tongerenseweg te Vierhouten een kuil graven waarin ze - na te zijn gefusilleerd - ter aarde werden besteld, behalve vader en zoon Meijers ook het gezin De
Leeuw uit Almelo (de Joodse slager Arend de Leeuw [geboren 16.9.1886 Stad Almelo], zijn vrouw Louise Mathilde de Leeuw-Weijl [geboren 7.7.1894 Oldenzaal] en
hun zoon Johan de Leeuw [geboren 23.8.1915 Almelo], de jurist mr. Hartog Spijer
[geboren 8.4.1885 Amsterdam) en het echtpaar Marcus Gompes (geboren 4.3.1870
Frankfurt am Main) en Kaatje Gompes-Schoonhoed (geboren 1.8.1878 Arnhem). Na
de oorlog werden de graven ontdekt: de familie De Leeuw werd overgebracht naar
de Gemeentelijke Begraafplaats 'Groenedael' te Almelo, en de andere slachtoffers
werden herbegraven op het Nationale Ereveld te Loenen (Arend Meijers onder nr. E
1207, zijn zoontje onder E 1208). Maar hoe kwamen Willy Meijers en haar dochter nu vervolgens in Elburg terecht? Wel zeker slaagden zij er in samen met de overgrote meerderheid van de onderduikers in het donker te ontkomen en werden
zij - met behulp van de LO van ds. M.J. van Dijken van Nunspeet? Zie daar - overgebracht naar de pastorie van ds. Boswijk in het nabij gelegen Elburg. Daar moet het
droeve nieuws door de predikant zelf of door iemand van het verzet aan hen zijn
meegedeeld of pas later. Willy en Suus Meijers zijn na de bevrijding nog enige tijd
in Elburg blijven wonen, mogelijk omdat de moeder besloten had om tot het christelijk geloof over te gaan. In de morgendienst van Eerste Pinksterdag 1947 werd mevr.
Wilhelmina Meijer-De Kadt n.l. door ds. Boswijk gedoopt en deed ze belijdenis van
haar geloof in de Gereformeerde kerk van Elburg.
Docu: 'Het Verscholen Dorp' door Margreet Bijker, Mikko Kuiper en Rieneke de
Man (Biografie van Amsterdam UvA, 2010) met o.a. getuigenverhalen van Ze'evBar (= Walter Bartfeld, geboren 1931; op 4.5.1937 met zijn ouders Max Bartfeld
(1901-195, zijn moeder en zus Erni uit Zwickau gevlucht naar Den Haag; allen overleefden de oorlog) en Leni Duyzend (geboren 1928, dochter van Abraham Duyzend
en Eilsabeth Onderwijzer). Ze zat van 1941-1942 in klas 1L2 van het Joods Lyceum
in Amsterdam, samen met Leo H.E. Blom (zie ds. D.P. Kalkman en ds. H. Post) en
Anne Frank en overleefde de oorlog - na weggevlucht te zijn uit het 'Verborgen
Dorp' - samen met Herman Löwenberg bij de familie Van der Leyen aan de Beekstraat 19 te Elburg.
Website: "Oorlogsjaren door Ze'ev Bar" (= Walter Bartfeld) op site nijewen.org van
de Nederlandse Kring voor Joodse Generalogie.
Lit.: T. Bergstra (red.), 'Oorlogsherinneringen uit Elburg' (artikel 'Joodse onderduikers in Elburg' ), 49; H. aan 't Goor en W. van Norel (red.), De Gereformeerde Kerk
van Elburg 1890-1990, 47-50; H. Hamburger/ J.C. Regtien, Joodse oorlogsmonumenten in de provincie Gelderland, 56; In memoriam Ds. H. Boswijk in: Jaarboek
1983 der GKN; H.J. van Nijnatten-Dofegnies, Het Geheime Dorp; Jeroen Thijssen,
Het verborgen dorp - Ondergronds op de Veluwe; A. Visser, Het Verscholen
Dorp - Verzet en Onderduikers op de Veluwe.
uit: Predikanten die Joden hielpen, pag. 44 etc.
|